fbpx

Wat mij drijft zijn mensen die Jezus afwijzen

Deze woorden, afkomstig van Adri Tijman, de oprichter van stichting De Vaste Burcht, zijn typerend voor het interview wat ik met hem heb. Adri, een boeiende man die van matroos op een binnenvaartschip uitgroeide tot internationaal adviseur op het gebied van beleggingen. Vanuit de bank waar hij werkte gaf hij destijds multinationals en financiële instellingen adviezen over beleggingen. Op zijn 72 jarige leeftijd is hij nog steeds internationaal actief, alleen nu met zendingsactiviteiten. Als initiatiefnemer zet hij zich vanuit stichting De Vaste Burcht in voor mensen in nood. Zo hebben ze diverse scholen en weeshuizen opgericht. Tijdens het interview raak ik steeds meer onder de indruk van Gods grootheid binnen het werk van deze stichting.

Werken in een moorddadig gebied
Stichting de Vaste Burcht is onder andere actief in een zeer duister en moorddadig gebied. Mensenoffers, terreurgroepen, onderdrukking door een keihard kastensysteem, uitbuiting en verkrachting van vrouwen, zware geloofsvervolging en schrijnende armoede, je komt het allemaal tegen in het gebied bij de Khonds in Zuid-India. Onlangs werd een jonge christelijke vrouw vanwege haar geloof en waterdoop in elkaar geslagen en uiteindelijk levend verbrand door een kleine groep mensen. Dit terwijl een grote groep toekeek en niets deed. Ondanks dergelijke verschrikkingen, is God ook daar actief. Adri vertelt hier enthousiast over. Hij vertelt over de meer dan 200 voorgangers die zij momenteel trainen om het evangelie te verkondigen. Het is niet ongebruikelijk dat er rondom een dergelijke voorganger een gemeente van 300-400 personen ontstaat, dit zelfs ondanks de zware geloofsvervolging.

Hoe komen mensen tot geloof?
Adri vertelt aan de hand van zijn eigen belevenissen hoe mensen daar tot geloof komen. Hij vertelde mij het volgende: “Tijdens één van de zendingsreizen kwam ik in het dorp Kalati. Een inheemse voorganger verlangde er naar om in dit dorp van 250 inwoners een school en mogelijk een weeshuis te starten.

 

Wij kwamen kijken naar de mogelijkheden. Vanwege mijn blanke huidskleur trokken we veel bekijks. De mensen wilden natuurlijk dat ik iets zou gaan vertellen. Ik vertelde over Jezus. Over wie Hij is en over Zijn liefde. Ook vertelde ik dat Hij mensen wil genezen. Vervolgens deed ik een oproep en bad ik voor enkele zieken. Deze eenvoudige aanpak maakte, zo hoorden we achteraf, een wereld van een verschil. Eén van de mensen waarvoor we hadden gebeden was klaarblijkelijk het dorpshoofd. Na ons vertrek is hij op wonderbaarlijke wijze genezen van een ernstige ziekte. Gods kracht was voor hem zo overtuigend dat hij tot geloof kwam. Een mooie bijkomstigheid was dat met zijn bekering, ook een gepland mensenoffer werd afgeblazen. Momenteel kent dit dorp een nieuwe gemeente van maar liefst 70 personen en worden in dit dorp geen mensen meer geofferd.”

Mensenoffers
Het woord “mensenoffer” in zijn verhaal laat mij niet los. De gedachte alleen al is te afschuwelijk voor woorden. Al eerder had hij aan mij uitgelegd dat dorpelingen soms een heel gezin opkopen uit een naburig dorp. Een dergelijk gezin krijgt vervolgens een vorstelijke behandeling tot het moment aanbreekt om hen letterlijk te offeren aan een afgodsbeeld dat midden in het dorp staat. De huidige overheid laat dit gebeuren, ze hebben te weinig invloed en interesse in dit gebied.  Bovendien promoot de huidige regering het Hindoeïsme in al haar vormen.

Redding belangrijker dan genezing
Dit gebied van duisternis heeft heel hard het licht van het evangelie nodig. Dit licht schijnt gelukkig helder. Zo kan Adri nog uren vertellen over genezingen en andere wonderen. Toch zijn de genezingen, hoe mooi ook, niet de kern van wat hem drijft. “Wat mij drijft zijn de mensen die Jezus willens en wetens afwijzen!” Adri kan niet leven met de gedachte dat mensen verloren gaan en vertelt daarom graag  over Jezus. Het verlangen om over Jezus te vertellen begon overigens al vroeg. Tijdens zijn eerste baan als matroos op een binnenvaartschip kreeg hij al de veelzeggende bijnaam “dominee”.  
(Geschreven door Wilbert de Goei)

Meer weten….